Dag 16-21 – 2-7 juni

Been there, done that. We zijn weer terug in de bewoonde wereld! Wat een ervaringen de afgelopen dagen, maar nu stiekem toch wel weer blij om weer tussen de mensen in plaats van de dieren en het groen te zitten.

De dag dat onze tocht zou beginnen, begon al goed. Om half 5 ging de telefoon op onze kamer, het was William, onze tourgids, met de vraag of we klaar waren en waar we bleven. Wij waren er allebei van overtuigd dat we om half 6 zouden worden opgehaald, dus nee klaar waren we nog niet. Als de wiedeweerga hebben we ons aangekleed en de laatste spullen ingepakt en zijn we naar de receptie gevlogen. We konden de bagage die we niet nodig hadden weer achterlaten in het hotel en gingen met 2 weekendtassen op pad. Het busje met daarin chauffeur Patio en kok Cesar stond beneden aan de weg op ons te wachten. We vertrokken in de richting van Manu en vielen allebei best snel nog eventjes in slaap. Rond 7 uur waren we bij de eerste stopplaats, ruïnes van graftombes van de Inca’s. Bijzonder om te zien, maar nu ik er weer aan terugdenk vraag ik me af wat de link is met de rest van de reis 😅 hier hebben we 10 minuutjes rondgelopen en daarna gingen we door naar een dorpje waar we hebben ontbeten. Na het ontbijt kregen we een korte rondleiding door het dorpje dat een Spaanse standplaats was ten tijden van de bezetting door de Spanjaarden. Het was de uitvalsplek voor de Spaanse soldaten die de jungle introkken. Hier konden ze eten en drinken halen en hun uitrusting op orde brengen voor ze de bergpas overgingen naar de hoofdingang van park Manu. Deze bergpas zijn wij ook overgegaan en na een bochtige, vrij trage tocht (Patio heeft duidelijk niet het gaspedaal uitgevonden) bereikten we rond 10 uur de ingang van het park. De ingang ligt eigenlijk nog op de bergpas, want daarna ga je flink dalen. Al in een van de eerst bochten naar beneden hoorde William een toekan dus de auto werd stilgezet en met de verrekijkers in de hand stapten we naar buiten. Het was volgens William heel bijzonder de toekan op deze hoogte te kunnen zien, al snel bleek dat hij een echte vogelfetish heeft want we hebben geloof ik in totaal wel 40 miljoen verschillende vogels gezien en gehoord. Nadat we foto’s hadden gemaakt, ook door de telescoop die William had meegenomen, vervolgden we onze route door het cloud forest naar beneden, de eerste lodge lag op zo’n 600 meter (we kwamen van zo’n 3400 meter in Cusco) en bereikten we aan het einde van de dag, toen het net begon te schemeren. Onderweg waren we nog een aantal keer gestopt voor wat korte wandelingen om meer beesten te kunnen zien. De eerste dag hebben we voornamelijk vogels, vlinders en een grijze apensoort gezien. De lodge was basic maar opzich best prima, alleen die muggen 😱 insmeren en sprayen met antimuggenspul dus maar!


De tweede dag ging de wekker rond 6 uur waarna we hebben ontbeten en weer het busje ingingen voor een kleine rit naar het ‘havenplaatsje’ Atalaya. Hier vandaan gingen we per boot verder de lowland jungle in. Nog voor we op de boot zaten, zagen we de eerste ara’s al voorbij vliegen, wat een kleuren! Daar hoopte ik er nog veel meer van te gaan zien de komende dagen. Leuk om te vertellen, William is zo verzot op vogels en de andere dieren van de jungle, hij kan ze ook nadoen om ze te lokken, dat laatste heeft ie er zelf bij verzonnen gok ik, want naast dat het wel ontzettend grappig was om te horen en te zien, is er geen enkele vogel of dier dichter door in de buurt gekomen. Maargoed, waar was ik. Oja, de boot. Alles werd op de boot geladen voor de komende 2 nachten en dat was nogal een boel, de Peruanen eten echt een berg en wij konden ons niet voorstellen dat we dit op zouden maken. Ja in een maand misschien, maar zeker niet in 3 dagen. Eenmaal onderweg was het echt prachtig, als uit een film! We zagen weer heel veel vogels, waaronder ook een heleboel aasgieren, maar ook een enkele capibara aan de oever van de rivier en nog andere apensoorten door de bomen slingeren. Om half 12 stopten we bij een hot spring, hier zat ik niet echt op te wachten want het was al behoorlijk warm en vooral erg vochtig, maar Fran is er wel ingesprongen. Het was een idyllisch plekje. Na een uurtje daar te hebben vertoefd, gingen we per boot verder naar bonanza lodge. Deze lodges zijn van de ouders van William, hij is zelf geboren in de jungle en pas op z’n 18e naar Cusco vertrokken om als tourgids aan de slag te gaan. Zijn ouders wonen en leven nog altijd in de jungle en hebben de lodge om wat geld binnen te krijgen om van te kunnen leven. Daar zijn we dan, in de middle of nowhere. Wat een gek idee. We hebben even wat tijd voor onszelf voor we de groene omgeving in wandelen. Bonanza is een ecologisch natuurgebied dat beschermd is en in de gaten gehouden wordt. Rond een uur of half 4 verzamelen we, dat is een hele opgave met wel onszelf in de groep 😂, bij de gezamenlijke eetruimte en drinken we eerst nog wat. Daarna wandelen we richting een van de uitkijktorens op het terrein waar we allerlei vogels spotten. De torens zijn gebouwd door onze gids en zo’n 20-30 meter hoog, een gokje in het wilde weg. Terwijl we daar wat rondspeuren naar nog andere dieren gaat de zon langzaam onder en wordt het schemerig. Dat betekent tijd voor de night walk weer richting de lodges. Al snel zagen we een spin, een soort neppe black widow (maar dan wel een echte). Niks voor mij! Dit is dan ook de enige foto die ik gemaakt heb van de spinnen die we gezien hebben. Ik was te druk met proberen alles te ontwijken en in het donker te schijnen met m’n zaklamp want ik zag het nog wel gebeuren dat er opeens iets op m’n hoofd of in m’n nek zou vallen. Ik had het niet meer, maar je moet het toch wel gezien hebben. Uiteindelijk zagen we meerdere gigantische spinnen, Fran heeft ze gefotografeerd, waaronder een tarantula bij haar nest op een bananenboom en de meest gevaarlijke banana spider die zich wel eens in een bananendoos verstoppen en in Nederland terecht komen. De laatste spin is wit, heel raar om te zien. Bij de tarantula vertelde William dat deze in elke bananenboom zitten, er stond een bananenboom om de 2 meter geloof ik. Aaaaaaah! Verder zagen we nog grote padden en gigantische kakkerlakken. Ik was heel blij toen we weer bij de lodge waren, maar heb daarna toch wat minder goed geslapen.

De derde dag begon vroeg met een wandeling naar de andere uitkijktoren die aan de rivier staat. Sochtends vroeg heb je de meeste kans om de wat grotere dieren te kunnen spotten als ze bij de rivier gaan drinken of de rivier oversteken van het ene stuk oerwoud naar het andere. Wij werden vooral aangevallen door muggen, wespen en andere kleine insecten. Het was nog vochtiger dan de andere dagen, de toren was drijfnat en we mochten er niet met onze blubberlaarzen op; we hadden bij aankomst kaplaarzen gekregen om te dragen in het gebied, we moesten vaak door riviertjes of stilstaand water loop, of modder waar je tot aan je knieën in wegzakte. Ik voelde me die dag ook niet zo top, ik gok een combinatie van vochtigheid, vermoeidheid van alle activiteiten en de bijwerkingen van de malariapillen, ook Fran was niet in topconditie maar we hebben ons best gedaan om er zoveel mogelijk uit te halen. Na anderhalf uur op de uitkijktoren gingen we weer richting de lodge. Onderweg stopten we bij een stuk van de rivier waar de kaaimannen hun territorium hebben. William stapte erin om ze te lokken, dat leek ons iets minder verstandig. Helaas niets gezien, we hebben ze wel gehoord in de verte. Daarna hebben we op een stenenstrandje midden in weer een ander stuk van de rivier even pauze gehouden en naar goud gezocht. En gevonden! Hele kleine inieminie stukjes, met de hand want het zeven van zand is verboden in dit gebied. Daarna liepen we echt terug naar de lodge en vlakbij zagen we wat verse pootafdrukken van een kleine katachtige (precieze naam ben ik kwijt) en de pootafdrukken van een jaguar (zie foto). We wilden de jaguar zo graag zien, zeker in tijden dat er maar weinig toeristen in de lodge verblijven kunnen ze zich zelfs daar laten zien, best spannend als je die opeens tegen het lijf zou lopen. Deze pootafdrukken waren waarschijnlijk een week oud. Eenmaal terug bij de lodge hadden we tijd om uit te rusten, wat te slapen want savonds en snachts stond een spannende expeditie gepland. We zouden gaan slapen in een boomhut om de tapir van dichtbij te kunnen bekijken. We kwamen er rond zonsondergang na een wandeling van bijna 2 uur aan en al vrij snel kwamen er wat dieren bij het meertje waar we vanuit de boomhut op keken. Allereerst een hert en toen een tapir! Wauw! Heel leuk om te zien en we konden nog snel wat foto’s maken voor het echt donker zou worden. We hadden alledrie een bak met eten meegekregen, dat had Cesar al gemaakt. We hebben gegeten en daarna onze bedden in orde gemaakt voor de nacht, dus matjes op de grond, slaapzak erop en een klamboe er overheen. Laatste was niet geheel onbelangrijk aangezien we ter plekke geen antimuggenspul mochten gebruiken; tapirs hebben een goede reuk dus dat zou ze weg kunnen jagen. Het was de bedoeling dat we in verschillende shifts de nacht wakker zouden blijven om in de gaten te houden hoeveel tapirs er zouden komen, of andere beesten. Ik voelde me niet helemaal in orde die dag door een combinatie van de vochtigheid, vermoeidheid en bijwerkingen van de malariapillen dat ik vroeg ben gaan slapen maar Fran heeft nog lange tijd gespeurd vanuit de boomhut. Hij heeft zelfs een tapir van heel dichtbij kunnen bekijken, er stond er plots een onder de boomhut. Het was echt heel tof om hier te kunnen slapen, al die geluiden en dingen. Spannend, maar leuk!

De volgende dag ging de wekker vroeg want we moesten rond 6 uur weer terug zijn bij de lodge om ons klaar te maken voor de boottocht richting Atalaya om de laatste nacht weer door te brengen in de rainforest lodge. Het was een spannende dag voor de Peruanen want er mocht eindelijk gestemd worden. In Peru is stemmen verplicht vanaf je 18e, stem je niet dan krijg je een boete. William heeft ons er van alles over verteld en ook hij moest gaan stemmen. Dit zou gebeuren in een dorp in de jungle, hier zouden we met de boot naartoe gaan, een tocht van zo’n 4 uur stroomopwaarts. De boot is heerlijk! Je koelt er af door de bries die er staat en het uitzicht, niet te omschrijven. Onderweg hebben we weer veel vogels gezien, ze kwamen bijna onze neus uit 😉, en nog wat apen en capibara’s. De capibara’s zijn lastig te zien vanwege hun schutkleur, maar met de verrekijker kom je een heel eind. We meerden aan bij een plek aan de rivier waar meerdere boten lagen zoals die van ons. We gingen aan land en liepen zo’n 30 minuten voor daar ons volgende vervoersmiddel stond te wachten: de motortaxi. Het was erg warm en het was anders nog ruim anderhalf uur wandelen heen, daarna moesten we ergens ook nog een keer terug en weer op tijd in de lodge zijn, rijden in het donker in Peru en met name over de enge smalle weg daar is geen pretje. Dus Fran en ik sprongen samen achterop op een motor, heel veilig zonder helm en met z’n 3en op een motor 😅, en William bij een andere motortaxi. Na 10-15 minuten rijden kwamen we bij het dorp waar het een drukte van jewelste was en waar wij als enige toeristen best een beetje raar aangekeken werden. William ging een zwaarbewaakt schoolgebouw binnen om te stemmen, wat wel 30-40 minuten kon duren. We hebben een rondje gelopen door het dorpje en zijn op de stoep geploft in de schaduw. Al snel kwam William weer naar buiten en konden we weer op de motortaxi naar het punt waar we opgehaald waren. Hier was ook een mooi meer met capibara’s (die hebben we daar niet gezien), kaaimannen (we hebben er een in de verte zien zwemmen) en stinkkippen (zo worden ze echt genoemd en ze stinken ook heel hard, maar zijn wel mooi). We zijn het meertje opgegaan met een soort houten vlot dat William voort moest duwen met een gigantische houten stok. Hij hield het snel voor gezien in de warmte, waarna we weer teruggingen naar onze boot aan de rivier die ons verder bracht naar Atalaya. Sommige stukken op de rivier waren nog wel spannend. De rivier staat erg laag omdat het regenseizoen voorbij is waardoor de boot op een gegeven moment voortgeduwd moest worden om uit de modder en stenen te komen, dat is flink zwaar, zeker stroomopwaarts. Aan het einde was het nog puzzelen om tussen verschillende rotsformaties door te komen en leek het even of we tegen de stenen aan zouden knallen, maar het is allemaal goed gegaan. Eenmaal daar stond Patio weer te wachten met het busje en werd alles weer ingeladen en reden we terug naar de rainforest lodge. Bij het avondeten toverde William een fles rode wijn tevoorschijn dus dat was een mooie afsluiting van de tocht die er grotendeels op zat.

De volgende dag wilden wij graag op tijd vertrekken om niet al te laat weer terug te zijn in Cusco, we hadden het wel een beetje gehad en wilden graag weer terug naar de bewoonde wereld en even samen zijn. We waren uiteindelijk zo rond half 4 in El Balcón en konden eindelijk weer een warme douche nemen. Daarna zijn we de stad ingegaan voor een paar welverdiende pisco’s en hebben we heerlijk gegeten.

Ik schrijf dit blog tijdens onze vlucht van Cusco naar Lima op 7 juni. Het begin van onze terugreis. Komende nacht zullen we slapen in het hostel waar deze prachtige reis begonnen is en morgenavond vliegen we weer terug naar Nederland. De uitslag van de verkiezingen die tot nu toe erg spannend zijn zal vandaag definitief worden, we zullen vast nog wat feestvierende maar ook demonstrerende mensen tegen gaan komen, het leeft hier enorm. Ik geloof dat dit het voorlopig wel was. We zien jullie vast allemaal snel weer!

F&F

Advertenties

Dag 11-15 – 28 mei-1 juni

Daar zijn we weer! En wat hebben we een boel meegemaakt de afgelopen dagen, ik geloof dat ik de helft vergeet te schrijven, maar dat worden dan de verhalen voor als we weer thuis zijn. Dag 11-14 stonden in het teken van de Inca Jungle Trail, onze tocht vanuit Cusco naar Machu Picchu. We hebben voor deze trail gekozen omdat de verschillende activiteiten ons erg leuk leken.

De eerste dag, 28 mei, werden we rond 6:00 uur opgehaald bij ons hotel door onze gids Maicol en de chauffeur die ons met een busje richting de plaats Aeropuerto zou brengen, een rit van ongeveer 3-4 uur. Onderweg hebben we nog ontbeten vlakbij Ollantaytambo waarna we al snel weer hoger de bergen in gingen. Bovenop een hoge berg, zo’n 4200 meter stopte de bus en konden we ons klaar gaan maken voor een mountainbike tocht, gelukkig naar beneden! Helm op, knie-, scheen-, elleboog- en polsbeschermers om, handschoenen aan en de mountainbike op. Het was een tour van zo’n 42 km door de bergen naar beneden. Aan het begin vond ik het doodeng, je gaat met een best hoge snelheid naar beneden en er scheurt af en toe een auto langs je. Maar al snel ging het prima. We daalden af in een prachtige omgeving, in de highland jungle dus veel groen, bomen, planten, vogels, vlinders. Een en al wauw! Onderweg zijn we een paar keer gestopt en vertelde Maicol, die overigens ziek was en dus halfbakken mee op reis ging, meer over de omgeving. De vallei waar we naartoe fietsten wordt gevoed door de vele rivieren die uit de bergen komen en die vaak over de weg verder naar beneden stroomden waar we doorheen konden scheuren. Rond het middaguur waren we klaar en kregen we van de reisorganisatie een lunchpakket in een typisch Peruaanse kleurrijke tas, leuk! Hierna vervolgden we onze rit met het busje naar het hostel Don Pepe in Maranura waar we al vroeg waren. Het was een klein hostel met binnenplaats van een gezinnetje. Er was verder niet veel te beleven dus dit was jammer.

We waren de enigen die op dit moment de Inca Jungle Trail geboekt hadden, dus we hadden een privetour met gids, wat zo z’n voor- en nadelen heeft. Je hebt meer persoonlijk contact met de gids, maar met een groep heb je wel meer te doen op het moment dat je vrije tijd hebt, zoals toen we aankwamen in het hostel. We hebben samen een potje zitten kaarten in de tuin, ondertussen was de finale wedstrijd van de Champions Leaque bezig die door de plaatselijke bewoners uit het dorp gevolgd werd in het restaurant van het hostel. De meesten waren overduidelijk voor Atlético Madrid, dus na de wedstrijd dropen ze snel af en vertrokken weer naar huis. Aan het einde van de middag werden we door de eigenaar van het hostel meegenomen naar zijn tuin. Hier vertelde hij dat elke bewoner recht heeft op een stuk grond waarop verschillende gewassen worden verbouwd. Dit gebeurd op ‘organische wijze’; ze laten er dus groeien wat er groeit en planten er geen dingen bij die niet door de aarde zelf worden gegeven. De gewassen worden voor eigen gebruikt geteelt, sommigen worden ook verkocht. Er stonden onder andere bananenbomen, mangobomen, cacaoplanten en koffieplanten. Elke familie heeft dus z’n eigen stuk grond die al vele generaties wordt doorgegeven. De mensen zijn er trots op en het was dan ook leuk om te zien en de uitleg erbij te krijgen. Volgens mij heette de eigenaar Manuele, maar dit weet ik niet helemaal zeker meer. Hij vroeg ons of we een demonstratie wilden zien van het branden van koffiebonen of die van de cacaobonen. We kozen voor de koffiebonen, want we zijn best wel koffieliefhebbers. Bij het huis in de tuin waren z’n oom en tante druk aan het werk. Er lagen weet ik hoeveel zakken met koffiebonen. Er stond een ouderwetse koffieboonpeller gevuld met de geplukte bonen uit de tuin; door te draaien aan de slinger werden de bonen gepeld. Daarna moesten de bonen nog uren drogen, de demonstratie zou de volgende ochtend verder gaan voor het ontbijt. Hierna zijn we teruggelopen naar het hostel waar we lekker en weer ontzettend veel hebben gegeten om daarna ons bed in te kruipen want de volgende dag stond een lange wandeling op het programma.


De 29e begon met de rest van de koffiedemonstratie. De droog geworden bonen werden in een klei bakje op het vuur gezet in de tuin en na zo’n 15 minuten roeren begon je de geur van koffie te ruiken. Hup de bonen van het vuur af en in een ouderwetse molen werden ze met de hand vermalen. Hierna kregen we onze verse koffie, lekker! We hebben ontbeten en stapten een taxi in met Maicol om zo’n 20 minuten later afgezet te worden beneden aan een bergpad. Daar begon onze wandeling van zo’n 16 kilometer berg op, berg af in de jungle. We liepen langs diepe afgronden over smalle paadjes een gedeeltes van de echte Inca Trail. Oef! Naar boven toe was af en toe best zwaar door de hoogte, we liepen op zo’n 1500 meter en dat voel je als inwoners van de lage landen al snel aan je ademhaling en hartslag. Maar wat een prachtige tocht met mooie uitzichten over de vallei. Onderweg stopten we bij een klein barretje met een capibara en papegaai en we zagen een paar apen, maar wel allemaal in ‘gevangenschap’ als huisdier. Tijdens de wandeling zagen we grote miljoenenpoten, heel veel vlinders en vogels en een witte harige rups; deze rups is gevaarlijk, bij aanraking zwel je op en heb je veel pijn, wat je je niet kan voorstellen bij een klein beestje dat er zo fluffy uitziet. Na de lunch vervolgden we de wandeling langs de rivier waar we nog een aantal keer over enge, half ingestortte bruggen moesten en met z’n 3en in een bakje aan een soort kabelbaan naar de overkant moesten zwiepen. De rivier en het gebied eromheen verandert elk jaar door de regen in het regenseizoen. De wandeling zat er bijna op toen we nog een oude spoortunnel door moesten van zo’n 150 meter, het was er pikkedonker en je rook de vleermuizen die zich er schuil hielden. We kwamen moe en bezweet rond een uur of 4 aan bij de hot springs van Santa Teresa waar we een verfrissende duik konden nemen en konden relaxen. Heerlijk! Daarna zijn we naar het hotel daar gebracht en savonds nog uit eten gegaan met Maicol.

De 30e stond sochtends het ziplinen op de planning. Hier hadden we erg naar uitgekeken en het was dan ook super om te doen. Aan een kabel zoefden we van de ene berg naar de andere over de rivier. In allerlei houdingen hingen we aan de kabel. Bij de derde baan kwam ik wel aan de overkant, maar ik had schijnbaar zoveel vaart dat ik weer terug de baan op zwiepte 😂 ik moest gered worden! Als het goed is, heeft Fran dit met de gopro vastgelegd dus we zijn benieuwd naar de beelden. Daarna reden we naar Hidroelektrica waar we te voet verder liepen naar Aguas Calientes. Maicol had er de behoorlijk de vaart in, pfoe! De enige route die je daar kan lopen is langs het spoor wat nog steeds in gebruik is. Twee keer per dag rijdt er een trein van Aguas Calientes naar Hidroelektrica, maar die hoor je al van verre aankomen. De route loopt om de bergen Machu Picchu en Wayna Picchu heen, we konden van beneden al kleine stukjes van een van de zeven wereldwonderen zien liggen en zagen hoog in de bergen tussen de ruïnes kleine poppetjes staan en flitsen van de vele fotocamera’s. We zouden zo’n 3-3.5 uur over de wandeling doen, maar waren al na 2.5 uur in Aguas Calientes waar we nog met z’n 3en geluncht hebben. Maicol heeft trouwens een bijzonder iets, in elke zin zegt hij minstens drie keer: you know so. Je kan je voorstellen dat we ons in moesten houden hier niet elke keer om te moeten gaan lachen. Na de lunch hadden we vrije tijd en konden we uitrusten voor de lange en spannende dag erna.

Jaaa de 31e stond dan eindelijk het bezoek aan Machu Picchu op het programma! Dit betekende vroeg op, 3:30 uur 😱 om 4 uur liepen we richting de bushalte waar al een aantal mensen stonden te wachten voor de eerste bussen om 5:30 uur. De rij werd al snel langer en langer, ook zagen we een boel bikkels die lopend naar boven zouden gaan, een tocht van zo’n 10 km de berg op. Wij stapten in de tweede bus en stonden als een van de eersten voor de poorten van de Inca stad te wachten om om 6:00 uur naar binnen te mogen. Wat een ervaring al! We kregen een tour van Maicol van zo’n 2 uur door Machu Picchu, toch wel een heel bijzondere plek. We vinden het alleen allebei best raar dat er zo weinig over bekend is en er verder niet zoveel onderzoek naar gedaan wordt, het is toch juist iets super interessants?! Rond 8 uur namen we afscheid van Maicol, hij ging weer terug naar Cusco en wij hadden nog de tijd om Machu Picchu mountain te beklimmen maar zagen dit niet meer zo zitten. We hadden behoorlijk wat spierpijn van de dagen ervoor en waren ook best moe. We hebben nog wat gerelaxt boven op de berg met uitzicht op Machu Picchu, een stempel in ons paspoort gehaald (ja dit kan, lekker toeristisch, maar he we zijn hier waarschijnlijk maar een keer) en daarna zijn we wel teruggelopen naar Aguas Calientes in plaats van de bus te hebben genomen. We hadden immers nog de hele dag, want onze trein naar Ollantaytambo vertrok pas aan het begin van de avond. We zijn gaan lunchen en waren kapot dus terug naar het hotel waar we de korte nacht hadden doorgebracht. We konden nog voor een paar uur een kamer boeken waar we even onze ogen dichtgedaan hebben en hebben gedoucht. Daarna nog wat gegeten en hup de slome, slome trein in naar Ollantaytambo waarvandaan we met de bus verder zijn gegaan naar Cusco. Uiteindelijk waren we rond 22:00 uur weer in El Balcón in Cusco met een nog mooiere kamer dan de vorige keer, super groot met een balkon en uitzicht op de stad. We hebben heerlijk geslapen in het hoge bed waar ik op moet springen om erin te komen 😂

Vanmorgen hebben we de briefing gehad voor onze volgende meerdaagse tocht naar nationaal park Manu. Jaa jaa, we gaan vanaf morgen echt de jungle in. Voorlopig lijkt het erop dat we weer een privetour krijgen, maar dat zien we morgen pas echt als we om 5:30 uur worden opgehaald. Spannend, we kijken ernaar uit!

Tot snel! F&F

Dag 9 en 10 – 26-27 mei

Gisteravond zijn we om half 8 opgehaald en naar de plek gebracht waar onze nachtbus om half 9 zou vertrekken. Precies op tijd, wonderbaarlijk genoeg. We hadden gehoord dat de Peruanen nog wel eens te laat konden komen, dus daar hadden we ons eigenlijk op voorbereid. Eenmaal in de bus kregen we diner; rijst met kip en een ondefinieerbare saus, een soort gelly fruit en een stukje groentetaart. Ik besef me net dat we verder nog weinig verteld hebben over het eten in Peru. Je kan hier vrijwel geen gerecht bestellen waar geen groente in zit. Groentes zijn hier heilig en ontzettend lekker. Alles komt vers uit de buurt. Superfoods zoals quinoa worden hier vrijwel overal geserveerd en je kan er mee ontbijten (bijvoorbeeld door de yoghurt, dan is het een soort van gepoft), lunchen en dineren (met name salades, maar ook als vervanging van rijst). Je kan hier als vegetariër echt uit je dak gaan, terwijl ik had verwacht dat vlees meer centraal zou staan. Daarnaast is de aardappel ook een nationale trots, te verkrijgen in allerlei soorten en maten en in allerlei varianten, bijvoorbeeld aardappels die een bepaald proces zijn doorgegaan en daardoor zo hard als een steen zijn geworden. Deze moet je eerst 3 uur in warm water doen voor je ze verder kunt bereiden. Laten we over de verschillende soorten kruiden maar niet beginnen, dat zijn er werkelijk waar teveel om op te noemen.

Maargoed, terug naar de bus. We waren versleten dus na het eten lekker proberen te gaan slapen. We zouden nog dieper de bergen in gaan, dus het werd buiten kouder en kouder. Helaas voor ons houden de Peruanen niet van kou tijdens het slapen, dus de verwarming in de bus ging op 50. Baaaah! Na een bloedhete busrit waren we blij dat we in Cusco aankwamen. We werden weer opgehaald en naar ons hotel gebracht, El Balcòn, midden in het historische centrum van de stad, wel aan een rustige straat en met een mooie patio. We werden warm ontvangen met een kop coca thee. We konden eigenlijk pas vanaf 12 uur inchecken, het was toen half 8 sochtends, maar de kamer was al vrij dus werd in sneltreinvaart schoongemaakt. We hebben een leuke kamer, helemaal wit met dikke muren, een nisje bij het raam en luiken als ‘voordeur’. Het doet ons een beetje denken aan de trullo waar we afgelopen jaar in Zuid-Italië in verbleven. We waren best gesloopt door de busreis, dus eerst even gerelaxt op de kamer. Maar na een tijdje kregen we trek en besloten Cusco een beetje te gaan verkennen. Het hoofdplein van de stad, Plaza de Armas, ligt op 5 minuten loopafstand. Al snel merkten we dat het druk, heeeeeul druk was. Er was een soort mis gaande op het plein met een hoop bombarie en kermis, later bleek het een week te zijn voor de viering van bepaalde geloofsdingen. We liepen met de massa’s mensen mee de straten door, op naar een ander groot plein. Hier bleek ‘la fiesta de chiriuchu’ aan de gang te zijn, het feest van de (pikante) cavia’s. Er was een gigantische markt met overal gebakken cavia’s. We waren op zoek naar iets te eten, maar vonden dit er toch niet zo aangenaam uitzien. Uiteindelijk belandden we bij een café aan het Plaza de armas waar we een broodje hebben gegeten. Daarna zijn we teruggelopen naar het hotel en hebben we een kleine siësta gehouden, dat mocht wel na een nacht met niet zoveel slaap. Aan het einde van de middag zijn we wat pisco sour gaan drinken en later lekker uit eten geweest om daarna weer op tijd in bed te belanden.

De dag erna werden we om 7:30 uur opgehaald door Juan die ons een privetour door de heilige vallei zou geven. Hier speelde een belangrijk deel van het leven van de inca’s af en er zijn ook veel ruïnes te vinden. We begonnen onze tocht bij de ruïnes van Pisaq, wat bizar groot allemaal! We vroegen ons direct af hoe mensen dit hebben kunnen maken en het is wonderbaarlijk dat er nog zoveel intact is. Maar toch zien we er zo weinig van. Volgens Juan wordt er wel wat onderzoek naar gedaan maar dit is voornamelijk gebaseerd op de verhalen die mensen vertellen; echt veldonderzoek wordt er niet gedaan. Wat zou er allemaal nog meer verstopt liggen tussen de bergen en onder het vele groen? Na het bezoek aan de ruïnes hebben we de markt van Pisaq bezocht. Helaas niet de Indianen markt, want die is alleen op zondag, dit was voornamelijk gericht op toeristen maar niet minder leuk.

We stapten de auto weer in en met een aantal foto momenten onderweg bracht Juan ons naar de andere kant van de vallei, naar Ollantaytambo. De vallei is overigens zo’n 60 km lang en wordt gevoed door verschillende rivieren vanuit de bergen. Het enige gewas dat er verbouwd wordt, is maïs. Door de slingerwegen langs de bergen duurt het wel wat langer voor je van de ene kant van de vallei naar de andere kant bent gereden. We waren rond 12 uur bij de ruïnes van Ollantaytambo die we bezocht hebben en daarna zijn we wat gaan eten. Inmiddels was het 2 uur toen we klaar waren en onze weg vervolgden naar de zoutmijn van Salineras. Heel bijzonder, een groot terrein met terrassen waaruit zout gewonnen wordt. De baden zijn normaal echt wit wit, maar doordat er wat regen was gevallen een paar dagen terug waren ze wat roodachtig geworden. Heel leuk om te zien. Na de zoutmijnen zijn we doorgereden en een aantal fotoplekken verder stopten we bij ‘Tika Huerta’, een plek waar men handgemaakt textiel produceert en kleur met allerlei producten uit de natuur. We kregen een uitleg: de wol, van schapen maar ook van lama’s en alpacas, wordt eerst gewassen en schoongemaakt en daarna gekleurd met bijvoorbeeld een soort lavendelachtig kruid, of de witte bolletjes van een cactus die een rode kleur geven als je ze uitknijpt. Door het gebruik van weer andere producten als het sap van een limoen kunnen ze de kleuren lichter of donkerder maken waarna er gesponnen kan worden. De vrouwen waren druk aan het werk om onder andere prachtige kleden, sjaals en handschoenen te maken. Erg bijzonder om te zien en nu te weten hoe de textiel gemaakt kan worden.

Inmiddels zijn we weer terug bij het hotel en krijgen we straks een briefing voor de vierdaagse Inca jungle trail die morgen gaat beginnen. In 4 dagen gaan we met het doen van allerlei activiteiten naar Machu Picchu, spanneeeeeeend! We hebben er super veel zin in, maar zijn wel een beetje zenuwachtig, haha!

¡Hasta la próxima! F&F

Dag 8 – 25 mei

Klop klop klop, dat was onze levende wekker vanmorgen op de deur van onze kamer. We hebben ons snel aangekleed, ontbeten met Julio en Saúl en daarna hup de bus weer in om ook de anderen op te halen voor de tweede dag van de toer door de vallei. 

Allereerst hebben we een paar plaatsjes bezocht. Het eerste dorpje was Yanque (spreek uit: jankuh, dat bekt zo lekker). De weg hier naartoe vertelde dat de mensen die nu in deze dorpen leven vroeger verspreid door de vallei met hun families leefden; dus vader als stamhoofd en een heleboel familieleden. Dit noemden ze uyo’s. Later werd er besloten dat de verschillende uyo’s zich beter bij elkaar konden voegen. Zo gezegd, zo gedaan: er ontstonden dorpen met een kerk en plein als het centrale punt en daar om werden er huizen gebouwd. Op het plein van Yanque was er een ‘demonstracíon’ van de volkse dans wititi. Kinderen dansten in traditionele klederdracht rond de fontein. Dit doen ze elke ochtend voor ze naar school gaan om geld te verdienen voor het gezin. Na even te hebben gekeken, sprongen we de bus weer in op naar het volgende plaatsje: Maca. Weer een klein dorp dat gebouwd is rondom een kerk. De kerk heeft een belangrijke functie binnen de dorpjes. Toen de Spanjaarden naar Zuid-Amerika kwamen, waren ze bang voor onrust binnen de samenleving en legden het geloof aan iedereen op. Je werd als het ware gedwongen om naar de kerk te gaan en via het bepaalde geloof, in deze regio het Andes-Katholicisme (Andes vanwege het geloof in de bergen), te leven. Deed je dit niet, stond je buiten de maatschappij en kon je niet alleen niets maar betekende je ook niets. De kerken in beide dorpen hebben een andere inrichting dan die wij kennen of gezien hebben tijdens eerdere vakanties. Zelf vinden we het wat kitscherig, via een letterlijke poppenkast wordt het verhaal van de bijbel verbeeld. Interessant om te zien dat er zoveel verschillen zijn.

Hierna vervolgende we onze weg richting Cruz del Condor, de plek waar we mogelijk de condor (grootste vogel) konden zien. Het was er al best druk met andere toeristen, maar we hadden een mooi uitzicht de diepte in richting de rivier. Tussen 8-10 uur sochtends is de kans het grootst dat je de condor ziet, dan gaan ze namelijk met de warme luchtgolven de lucht in op zoek naar eten. En of we hebben ze gezien! Jonge en oude vogels die te onderscheiden zijn aan hun kleur. Ik denk dat het er uiteindelijk een stuk of 10 waren die rondzweefden en soms vlakbij kwamen. Heel tof!

Daarna weer langzaamaan richting het begin van de vallei gereden waar we in het plaatsje Colca weer met de hele groep hebben geluncht. De tocht was echt goed verzorgd, Saúl heeft ons veel verteld en uitgelegd waardoor we meer te weten zijn gekomen. De verhalen van een inwoner hier zijn natuurlijk vele malen leuker dan die uit een reisgids of van internet.

Nu zitten we in de tuin van het hotel in Arequipa waar we vandaan kwamen bij te komen van de reis. Hier ligt de rest van onze bagage nog die we straks weer ophalen om verder te reizen met de nachtbus naar Cusco. We zijn allebei best moe dus hopen dat we lekker kunnen slapen, maar he het is en blijft een bus.

¡Buenas noches! F&F

Dag 7 – 24 mei

Waaaaaauuw, wat een dag! Dat is wat we nu denken. Ik schrijf dit blog liggend in een hangmat in de tuin van ons prachtige hotel La Casa de Mama Yacchi met een fantastisch uitzicht over de Colca Vallei (zeg nou zelf ;)). 

We zijn vanmorgen vroeg om 7:30 uur bij ons hotel opgehaald voor onze tweedaagse bustour door de Colca Canyon. We haalden nog 5 andere personen op, 3 uit Uruguay en 2 uit Engeland. De chauffeur Julio en gids Saul zouden ons de komende twee dagen rondtoeren door een van de diepste canyons ter wereld. We namen de snelweg die Peru met Bolivia en Brazilië verbindt, de andere grote snelweg die Peru kent is de Panamericana en verbindt heel Zuid-Amerika met elkaar (de weg die we eerder onze reis langs de kust hebben gereden). Vanaf Arequipa slingerden we de achterwijken van de stad door verder de bergen in. Onderweg vertelde Saul over de enorme bevolkingsgroei in het gebied door de onrust in het land en de guerrilla’s die de mensen uit hun dorpen in de bergen hadden verjaagd. De mensen die we hier op de straten zagen lopen hadden niets, maar probeerden er zelf wat van te maken door werk te creëeren. Zo begonnen ze met het bouwen van huizen van vulkanisch as, hele stevige blokken die ook weer hergebruikt kunnen worden. De vrouwen verkopen ontbijt, lunch en diner aan de kant van de weg; de mannen werken vaak als bouwvakker ook nog als taxi-chauffeur (alleen in Arequipa rijden er 30000 taxi’s!). Ze zijn redelijk zelfvoorzienend en willen hogerop komen in de samenleving, maar dat blijft nog een lastig iets. In ieder geval heeft een ieder zo z’n eigen taak, in de hoop geld te verdienen en ook ooit in een wat groter en mooier huis in de stad te kunnen wonen.

Het zou een tocht worden naar een maximale hoogte van 4900 meter, oef dat werd puffen en letten op de ademhaling. Saul gaf ons tips en tricks om met de ijle lucht overweg te kunnen en voor de zekerheid lag er ook een fles zuurstof achterin, voor het geval dat. Al vrij snel, of het lijkt allemaal vrij snel want de dagen vliegen om, kwamen we op een hoogvlakte waar de vicuña’s leven. Dit is naast de alpaca en lama en nog een waarvan ik de naam niet meer weet, een van de kameelachtigen die in het gebied te vinden zijn. Hele kuddes zagen we in de verte en plots ook vlak langs de weg, waar we snel stopten en allemaal het busje uitsprongen om foto’s te maken. Daarna reden we door en stopten we bij een op het eerste oog wat armetierig barretje, maar wat een uitzicht! We dronken op aanraden van Saúl een ‘te triple’, met cocabladeren en nog 2 kruiden (echt te lastig om te onthouden) uit het gebied die je zouden helpen de hoogte beter te verdragen. Na een stop van een half uur reden we verder. We kregen elk van Saúl een souvenir: een zakje met cocabladeren en coca snoepjes. Niet veel later stuitten we letterlijk op de eerste kudde lama’s en alpaca’s die de weg overstak. Snel weer het busje uit om ze nu eens in het echt te bekijken in plaats van de foto’s en filmpjes die we al op internet hadden opgezocht. Sommigen waren helemaal versierd, anderen renden achter elkaar aan en weer een ander leek je even van dichtbij te willen komen bekijken, maar sprong dan vaak op het laatste moment ook weer snel weg. De herder van de kudde vertelde dat deze uit ongeveer 70 beesten bestond. Hij vroeg om een tip voor het maken van de foto’s, dat is hier niet meer dan normaal en vinden we zelf eigenlijk ook wel. We vervolgden onze weg en belandden na 4 uur onderweg te zijn op het hoogste punt dat we vandaag zouden bereiken. Vanaf hier hadden we een mooi uitzicht over de vele vulkanen die het gebied heeft; de meesten zijn nog actief en uit een vulkaan komt zelfs rook. Toch een gek idee. Hier stonden ook allerlei stapeltjes met stenen, wat er grappig uitzag. Saúl vertelde ons dat de vele reizigers die deze snelweg dwars door de bergen nemen de stenen stapelen om gezegend te zijn voor een goede reis en ook de bergen goedgezind aan hun kant krijgen. Uiteraard hebben wij zelf ook een torentje gemaakt. Op deze plek waren er ook mensen in ‘klederdracht’, al mag ik het denk ik zo niet noemen maar dat is waar wij het mee vergelijken, hun waar aan het verkopen. Van alpaca-sokken, tot truien en sjaal. Wat een kleuren! We willen verder in onze reis op een grote markt zeker nog wat inkopen doen. Ook stond er een man met een aantal lama’s en alpacas die mooi aangekleed waren, ja echte toeristen foto’s maar zo leuk om te zien en te doen. 

Na deze stop sprongen we allemaal weer snel in de bus om onze weg te vervolgen. Nouja, snel, niet echt dus want dat is op bijna 5 km hoogte geen doen. Mañana mañana en relaxen is hier heilig! Hierna daalden we al snel af naar zo’n 3500 meter, onderweg stopten we nog een aantal keer om foto’s te maken. Uiteindelijk bereikten we de toegangspoort van de Colca Vallei. Het dorpje Colca reden we binnen en we stopten plots bij een hotel. Schijnbaar zaten we elk in een ander hotel, in een ander dorpje niet ver van elkaar. Dit was het hotel waar de Uruguayanen hun bagage bij konden droppen. Terwijl wij op ze aan het wachten waren, kwam er een klein jongetje langslopen met een baby alpaca die hij aan het uitlaten was, te schattig voor woorden. Niet veel later tilde het kleine mannetje het beestje ook nog eens op om het in z’n armen mee verder te nemen 😍 Nadat de anderen hun bagage hadden gedropt en zich weer bij ons hadden gevoegd, hebben we gezamenlijk het marktje van de stad bezocht. Wat een kruiden, fruit en groenten! Bizar! En de mensen hier, ik vind ze zo mooi. Zeker in de mooie felgekleurde kleding waarin ze lopen. Dat zullen we nu we steeds verder het binnenland in gaan meer en meer gaan zien. Elke regio of stad heeft ook weer z’n eigen vormen van klederdracht dus ik ben benieuwd naar wat voor moois we op dit gebied nog meer gaan zien.

Na de markt stapten we weer in het busje en reden via steeds slechter wordende slingerweggetjes verder vallei in. Sommige weggetjes waren meer zandpad dan weg te doen en we stuiterden af en toe flink de bus door. Saúl heeft behoorlijk wat vertelt over hetgeen zich in de regio heeft afgespeeld, de invloeden van de inca’s en de Spanjaarden en nog een heleboel meer. Het bijzondere van de vallei is dat er via terrassen op de bergen allerlei groentes en fruit gekweekt wordt. Je kan goed zien welke ‘terrazzas’ er nog in gebruik zijn en welke niet: de eerste zijn onderhouden en de lijnen van de overgang naar een andere laag zijn duidelijk zichtbaar, bij de anderen is dit vervaagd. Na ongeveer 20 minuten kwamen we aan bij ons hotel. We checkten snel in en gooiden onze spullen op onze kamer af. Eenmaal terug bij de receptie bleek dat we in de enorme gezamenlijke ruimte zouden lunchen, met zowel onze groep als verschillende andere groepen die tours kregen door de vallei. Het was een leuke bbq en een lopend buffet. Veel te veel en veel te lekker eten! Na het eten ploften we zowat uit elkaar. Inmiddels was het half 3 en we konden optioneel de warmwaterbronnen even verderop nog bezoeken. Dit leek ons wel wat. Dus hupsakee, weer met z’n allen het busje in door. Onderweg hebben we de Engelsen nog afgezet bij hun hotel en even later waren we bij de plek van de warmwaterbaden. We moesten een kleine afdaling te voet maken, maar het zag er leuk en vooral warm uit. Het water uit de bron, zo’n 80-85 graden, schijnt door de vele mineralen die het bevat goed te zijn voor je. Er waren verschillende baden, de een nog warmer dan de ander. Uiteindelijk hebben we er denk ik een half uurtje gechilld en zijn daarna weer met het busje teruggegaan naar ons hotel. Waar we nu nog even van de laatste zonnestralen die de bergen verlichten genieten. En van de alpacas die hier in de tuin staan.

*****

Inmiddels is het avond en flink afgekoeld. Over het weer heb ik nog niets geschreven, bedenk ik me nu. Tot nu toe hebben we elke dag mooi, warm weer gehad. In Lima was het wat vochtiger, de andere plaatsen warm en zonnig. Vanaf het moment dat we meer de bergen in zijn gegaan, dus vanaf ons verblijf in Arequipa, koelt het als de zon onder gaat rond half 6 flink af. Voor deze tweedaagse tocht hadden we als advies gekregen om warme kleding mee te nemen. Dat was wel nodig ook. Het koelde savonds snel af tot zo’n 3 graden. De meeste Peruanen liepen met een muts op en handschoenen aan, wat een verschil met bijvoorbeeld Huacachina in de woestijn. In het hotel hadden ze zelfs de openhaard opgestookt.

We hebben net gegeten in het hotel, met Julio en Saúl. Wederom een buffet met heerlijke Peruviaanse gerechten. Aan tafel hebben we het gehad over de verschillen tussen Nederland/Europa en Zuid-Amerika. Ook over de politiek in Peru. Saúl vertelde dat ze wel blij zijn met de president op dit moment, maar zijn termijn van 5 jaar zit er bijna op en de verkiezingen komen eraan. We hadden langs de weg al wat aanplakbiljetten gezien om te stemmen op een volgende president, waaronder een vrouw. Maar in dit land dat bol staat van het ‘machismo’ wordt dit eigenlijk niet gezien. Ik moet er nog bij vertellen dat het gesprek voornamelijk met Saúl was, Julio hebben we vandaag welgeteld 3 woorden horen zeggen, haha. Leuk en bijzonder om met de Peruanen gegeten te hebben. Maar nu snel slapen, de wekker gaat morgen om 5:16 uur! 

Dag 4, 5 en 6 – 21-23 mei

In Huacachina werden we al best vroeg wakker. Het uitzicht vanuit de kamer en de stoeltjes voor onze kamer was op een enorme zandduin. Gisteravond leek het wel alsof we in de bergen zaten, even vergeten dat het een grote zandbak was. Na het ontbijt besloten we een rondje te gaan wandelen om de oase. Dit was leuk om te zien, maar verder niet echt boeiend en we waren er snel uitgekeken. We hadden het idee om die giga duin op te gaan klimmen, dit hadden we mensen de dag ervoor al zien maar lekker met de warme zon op onze bol ook nog wel een opgave. We hadden van andere Nederlanders die in hetzelfde hotel logeerden gehoord dat je er eigenlijk je bergschoenen voor aan moest doen, het zand werd erg heet door de zon. We besloten op onze sandalen te beginnen aan de tocht, in de ochtend want toen was de warmte nog wel te doen. Het begin stuk was zwaar, ploeterend door het zand. We besloten de sandalen uit te trekken en verder te gaan, de zon stond nog niet vol op deze kant van de zandberg dus het zand was nog niet zo warm, zelfs lekker fris onder de voetjes. Tussendoor hebben we een aantal keer uit zitten puffen, maar uiteindelijk waren we met een half uurtje boven. En het was het zeker waard, wat een uitzicht! Blij dat we dit gedaan hebben. Terug naar beneden ging overigens in 5 seconden, we sprongen zo zandering onze hotelkamer weer in. Daarna zijn we bij het zwembad gaan liggen, dit was immers de eerste echte dag rust. 

Echt rustig liggen konden we niet, we wilden verder en meer dingen zien en doen. Na 2 uurtjes aan het zwembad zijn we nog maar een rondje door Huacachina gaan lopen, maar op het feit dat het een oase in de woestijn is na, stelt het niet zo veel voor. We hebben wat boodschapjes gehaald, zoals water en wat te eten voor de nachtbus later die avond. Toen we het hotel weer binnenliepen werd ons bij de receptie verteld dat we onze kamer uit moesten. De dag ervoor hadden we een late check out geregeld, dachten we, maar het hotel bleek toch vol en dus hebben we in sneltreinvaart de tassen weer gepakt. Onze spullen konden we kwijt in de bagage opslag van het hotel, zelf hebben we de rest van de dag in de tuin van het hotel gezeten. Vele potjes duizenden (kaartspel) en een aantal (okee, misschien iets meer dan een aantal) cocktails en wat te eten later, werden we rond 8 uur opgehaald en naar het busstation gebracht voor onze nachtbus naar Arequipa. We reisden weer met dezelfde organisatie, dit is een van de veiligste organisaties in Peru waarbij de chauffeurs elkaar ook afwisselen. Dit is bij een busrit van zo’n 12 uur niet onbelangrijk! Rond 21:00 uur vertrok onze bus, we bleken echte vip plaatsen te hebben; beetje vergelijkbaar met de business class in het vliegtuig. Heerlijk! Na allemaal weer op de foto gezet te zijn in de bus, persoon per persoon op de juiste zitplek, raar iets, hebben we onze muziek aangezet en zijn we in slaap gevallen. Het was een lange, bochtige tocht de bergen in, dus echt heerlijk slapen was er niet bij, maar verder echt prima te doen.

De volgende dag kwamen we sochtends rond 9 uur in Arequipa aan. Ook hier werden we weer opgehaald en gebracht naar onze volgende slaapplek, La casa de mi abuela. Een prachtig hotel ingericht als een soort centerparks, met zwembad midden in het leuke centrum van Arequipa. We voelden allebei gelijk dat we moesten wennen aan de hoogte. We waren wat draaierig, een beetje hoofdpijn en als we liepen voelde het een beetje alsof we dronken waren. Rustig aan doen dus en cocabladeren kauwen. We hebben een klein rondje door de stad gemaakt maar zijn daarna in de tuin van het hotel gaan relaxen. Vanaf het hotel hebben we uitzicht op aantal bergtoppen van de Andes met eeuwige sneeuw en op de Misti vulkaan. Savonds hebben we ons opgefrist en gingen we de deur uit om een hapje te eten. De reisbegeleider had wat tips gegeven, waarvan restaurant Zigzag er een was. En wat voor een! Een van de specialiteiten op de kaart was alpaca en dat wilden we allebei graag proberen. Het werd geserveerd op een soort mini steengrill waardoor het heerlijk warm bleef. Jamjamjam! Daarna allebei nog een heerlijk ijsje en toen zijn we weer terug naar het hotel gewandeld. Na het eten merk je dat je lichaam harder moet werken; doordat er minder zuurstof in de lucht zit, kost alles je meer energie en ‘moeite’, zo ook het verteren van je eten. We ploften uit elkaar 😂 bij het hotel hebben we nog een pisco sour op die we gekocht hebben bij de wijnproeverij, een soort likeurtje van druiven hier uit de buurt. Daarna heerlijk geslapen!

Op maandag 23 mei (ik heb het maar even opgezocht, want de dagen zijn we totaaaaal kwijt) wilden we de stad nog wat meer verkennen, maar bovenal op zoek naar een laadkabel voor de GoPro, ja die zijn we vergeten.. Gelukkig vonden we er snel een! Wooeehooeeee, we waren al bang dat we van de hoogtepunten van de vakantie die nog moeten komen geen filmpjes konden maken. Verder hebben we wat boodschappen gedaan, eten en drinken, voor de tweedaagse tocht door de Colca Canyon die voor morgen en overmorgen gepland staat. Zometeen gaan we onze spullen weer pakken, we mogen een tas meenemen en de rest kunnen we hier bij het hotel achterlaten en weer oppikken als we hier even terugkomen voor een uurtje voor we met de bus weer doorreizen naar de volgende plaats. Maar eerst de Colca Canyon met hopelijk een aantal condors die we kunnen zien vliegen!

¡Saludos! F&F

Dag 3 – 20 mei

Dag 3 alweer, met vandaag de boottocht naar de Islas Ballestas en de reis van Paracas naar Huacachina. 

De wekker ging om 6:30 uur 😦 , om 7:00 uur zaten we aan het ontbijt en om 7:45 uur stond Alberto alweer klaar om ons naar de opstapplaats voor de boottocht rond de Islas Ballestas (ook wel de Galapagos voor de armen genoemd) te brengen. We kwamen na 2 minuten rijden, jaa jaa dit klinkt heel erg lui, bij een hypermodern gebouw, dat viel zo op tussen de andere huisjes en gebouwtjes van Paracas waar de verschillende boten al lagen te wachten om de groepen toeristen rond de eilanden te leiden. De avond ervoor hadden we in de stad geen mens gezien, dus toeristen m kwamen van heiden en verren daarheen. Voor het inschepen fluisterde Alberto ons nog toe dat we aan de linkerkant van de boot moesten gaan zitten, wat lukte! En daar gingen we de Pacific op. Het begon met een rustig stukje varen zodat de tourgids en de kapitein van de boot zich voor konden stellen. Gelukkig was de Tour Spaans en Engels, want van dat snelle Spaanse geratel is af en toe helemaal niets te maken. Al snel ging het gas erop en zoefden we over het water met al een flink warme zon op ons hoofd. We hadden allebei ons hoed maar afgezet want we zagen het alweer voor ons dat ie in het water zou belanden. Al snel zagen we een grote groep pelikanen, met op de achtergrond een ‘prachtig’ olieschip.. De pelikanen waren zwart en niet wit/roze zoals wij ze kennen uit de dierentuin. Daarna kwamen we verschillende soorten vogels tegen, een is de nationale vogel van het gebied in Peru waar we zitten en een andere groep noemde de tourgids de ‘Peruvian Boobies’ (en ja, dit ging wel over vogels). Een eiland verder kwamen we langs een afbeelding in het zand en de rotspartij eronder van een kandelaar of een cactus. De tourgids vertelde dat nog steeds niet duidelijk is hoe deze tekening er ooit is gekomen. Het is een vergelijkbaar iets met de Nazca Lines wat zuidelijker in Peru, daar wijst de bovenkant van de afbeelding ook naartoe.  Verder weet men er niet veel van, behalve dat het ding zichzelf onderhoudt. Heel bijzonder!

Daarna zagen we tijdens de tocht nog zeehonden, zeeleeuwen, pinguïns, vogels, vogels en nog meer vogels en aan het einde nog dolfijnen. Eigenlijk was het niet het seizoen om zeeleeuwen te zien, die zie je voornamelijk in het paringseizoen van december tot maart en in deze periode zijn ze allemaal de oceaan op. We zagen enkele vrouwelijke zeeleeuwen die teruggekomen waren omdat ze hun kindje verloren waren, heel sneu dus eigenlijk. En een aantal mannelijk jonge zeeleeuwen die de vrouwtjes probeerden te versieren. Al met al is de boottocht wel echt een aanrader om te doen!

Na de boottocht hadden we nog zo’n anderhalf uur voor we weer opgehaald zouden worden om door te reizen naar Huacachina. We besloten nog een kop koffie te drinken op de boulevard, heerlijk!

Rond half 12 werden we weer door Alberto opgehaald. Hij had dit keer z’n neef/broer/of in ieder geval iets van een familielid meegebracht die ons naar Huacachina, de oase in de woestijn, zou brengen. Hij heette Julio en werd ook wel de ‘sweet potatoe’ genoemd, vanwege z’n zachtaardige karakter en forse omvang. Kort nadat de vertrokken waren en de snelweg opreden, werden we staande gehouden door de politie. Het ging er tussen beide heren temperamentvol aan toe en Julio moest toch even het een en ander regelen zodat we verder konden rijden. De politie dacht dat hij als taxi-chauffeur werkte maar was nu ingehuurd door een vervoersbedrijf, ach het zit nogal lastig in elkaar. Met wat centen van de een naar de ander mochten we verder, maar het was toch wel apart en een beetje eng om mee te maken.

Onderweg vertelde Julio ons veel over de omgeving, de vele gewassen die er verbouwd worden, maar ook over z’n familie (inclusief foto’s van z’n dochter Alejandra en z’n kleine zoontje) en zijn eigen leven en werk. Af en toe verliep de communicatie wat lastiger vanwege de taalbarriére maar met handen en voeten kwamen we een heel eind. Zo vroegen we ons af wat de vele uitkijktorens op de velden met gewassen waren, maar hiervandaan werd inderdaad gekeken of er geen dieven en ander gespuis het land op kwam. De meesten velden hebben geen hekken en grenzen direct aan de weg waar je overal kan stoppen. We hebben dan ook vaak borden gezien waarop stond dat je beschoten zou worden als je ook maar een stap in de verkeerde richting zou zetten. 

De wegen in Peru staan niet bekend als heel veilig en dit kunnen we dan ook beamen. Ze halen elkaar in terwijl er tegenliggers aankomen en zwiepen dan nog net op tijd naar de goede baan of moeten boven op hun remmen om toch maar niet in te halen en het vervolgens 3 minuten later voor een heuvel of bocht weer te proberen. Daarom staan er naast de weg ook veel witte, kleine huisjes. Dit zijn een soort kapelletjes voor degenen die het niet overleefd hebben. Op een gegeven moment kwam er een vrachtwagen recht op ons afrijden, met mensen op het dak (jaa alles kan en mag schijnbaar), die na het toeteren van Julio de berm inreed. Ze rijden hier met het idee dat er bescherming komt van boven, wat ook op de vele auto’s staat en aan de achteruitkijkspiegels hangen ook vaak Mariaplaatjes of kettinkjes die te maken hebben met het geloof.

Onderweg stopten we bij een wijngaard waar we een rondleiding en wijnproeverij kregen. Geweldig! Daar hebben we ook gelijk geluncht voor we verder reden naar Huacachina.

We kwamen rond een uur of 3 in de oase aan, weer een mooi hotel met een zwembad en een totaal andere omgeving want we zagen alleen maar zand. Gigantisch hoge zandduinen die we gingen verkennen met een sandbuggytour aan het einde van de middag. Wat een tocht, het leek wel een achtbaan! Heel tof om te doen en hier hadden we een mooi uitzicht over de omgeving (ehm vooral zand dus 😂) en het begin van de Andes in de verte. We hebben nog gesandboard, ook heel leuk, naar beneden, naar boven klauteren was iets minder haha. We hebben de zonsondergang gezien vanaf een van de hoge duinen van de woestijn. 

Eenmaal terug zijn we onder de douche gesprongen want waren wandelende zandfiguren geworden. Daarna zijn we wezen eten bij een resto bar, waar buiten geen plek meer was en we binnen belandden in het discotheek gedeelte van de tent. Dit betekende reggeaton terwijl je aan het eten was. Wel heel grappig!

Het einde van elke dag begint een beetje saai te worden en ik durf het bijna niet te zeggen, maar we lagen weer vroeg op bed. Het reizen en de dingen die je doet, alle indrukken die je opdoet en dingen die je ziet, kosten nu eenmaal best veel energie. Maar we willen nu al nooit meer weg!

F&F

Dag 2 – 19 mei

Vandaag staat de tocht van Lima naar Paracas op het programma.

Na een eerste nacht vol rare dromen en wat gekke slaapjes, werden we rond 8 uur wakker en konden we heerlijk ontbijten in de patio van het hostel. We moeten allebei nog wennen aan het idee te leven vanuit onze tassen en zo veel en vaak te reizen en verder te trekken, maar oh we kunnen niet wachten!

Na het ontbijt besloten we een wandeling te maken door Miraflores. Zonder kaart, dit doen we namelijk altijd zo en dit gaat ook eigenlijk altijd goed. We liepen door verschillende huizenblokken richting de grote winkelstraat en belandden bij een echte versmarkt. Groenten, fruit, zaden, kruiden, vlees en vis, noem het maar op. Heel leuk om te zien en daar kunnen we in Nederland nog zeker wat van leren, al zullen er maar weinigen zijn die de vleesjes die hier lagen (ongekoeld en echt vers, met kop en ingewanden en al) zullen kopen gok ik. De kippenboer had een kraam vol geslachte kippen. Tussen de kratten en het restafval van die kippen liep nog een levende kip met heeeeul veel veren vrolijk rond te dartelen, niet wetende dat zijn lot waarschijnlijk hetzelfde zou zijn als dat van z’n kameraden die als marktwaar waren uitgestald. Bij een van de kruidenkraampjes hebben we ook de eerste zak cocabladeren gekocht. Deze bladeren moet je kauwen, kauwen en nog meer kauwen. Dit schijnt goed te helpen tegen hoogteziekte, iets wat verderop in onze reis zo maar eens op ons pad zou kunnen komen. Dus dan kan je maar beter goed voorbereid zijn en het alvast een keer proberen. Het zijn rare dingen, bladeren van een of andere plant die we niet zouden herkennen als we er langs zouden lopen. De smaak is wat bitter, daarom kunnen we er eventueel nog een beetje stevia tussen stoppen om het kauwen te veraangenamen. Ja ja, allemaal tips van onze reisbegeleider ter plekke en vanuit de GGD. 

Na het bezoek aan de markt wilden we ons hostel weer op gaan zoeken, maar we wisten niet meer goed welke straat het nu was en belandden aan de zee. Waaauuuw, wat mooi! En wat zeg ik, de zee?! Het is natuurlijk een gigantische oceaan. Met uitzicht op de pacific hebben we nog koffie gedronken en daarna toch maar weer de wijk in waarna we ons hostel vrij snel terug hadden gevonden.

Om 13:00 uur werden we opgehaald en naar de busterminal van Cruz del Sur in Lima gebracht. Hiervandaan vertrok onze bus naar Paracas. We waren al gewaarschuwd dat de controle bij de bus waarschijnlijk nog strenger was dan bij het vliegveld en we dus op tijd aanwezig moesten zijn. Eigenlijk is het principe hetzelfde: je geeft je bagage af bij een bagageband, checkt in wordt daarna volledig gefouilleerd. Prima geregeld, eten aan boord en misschien nog wel luxer dan een vliegtuig. In 3.5 uur reden we naar Paracas. Weg uit de drukke stad, over een weg langs de kust. We zagen steeds meer zand, kleine dorpjes en veel gebouwen die nog gebouw moesten worden, maar of ze dat ooit zouden worden… 

Onze volgende chauffeur stond al op ons te wachten bij het nog in aanbouw zijnde busstation in Paracas. Alberto, een enthousiaste en nieuwsgierige man kwam met z’n tablet met onze namen erop uit z’n bus gerend om onze spullen in te laden en ons naar het volgende hotel te brengen, Hotel Sunset. Een mooi hotel met zwembad waar we niet veel langer dan 18 uur bij in de buurt zouden zijn. We hebben ons even opgefrist en zijn daarna richting de boulevard van Paracas gelopen. Echt een vissersdorpje met allemaal kleine bootjes die, nu het avond was, dobberden op de Pacific. We zijn wezen eten bij een van de vele tentjes, het werd visfilet a la Milanese met een lekkere fles wijn uit de streek. Er was vrijwel niemand in de buurt te bekennen, die rust was wel even fijn na in een drukke stad als Lima onze reis te zijn begonnen.

We belandden weer vroeg in bed, moe en voldaan, uitkijkend naar de volgende dag.

F&F

Dag 1 – 18 mei

Jaaaa de dag dat we weggaan is eindelijk aangebroken! Vandaag staat de lange vlucht vanuit Nederland naar Peru op de planning. Heel gek, 12 uur vliegen en terug in de tijd. 

Om 8:10 uur zijn we opgehaald door pap en mam en afgezet op het station van Dordt. Fran had wat problemen met z’n ov-chipkaart (zal je altijd zien als je daar met een gigaaaantische berg aan spullen je door de poortjes probeert te wurmen om nog net die ene trein te halen..), hij kon niet inchecken, ik kon hem wel uitchecken, nog veel gekker! Hij heeft zich uiteindelijk tussen door poortjes, die inmiddels ook op hol geslagen waren, heen gewurmd en hup toen konden we de trein in richting Schiphol waar we rond 10 uur aankwamen. Flo had de dag ervoor al ingecheckt, toen was er een upgrade mogelijk naar economy comfort (meer beenruimte, best fijn op zo’n lange vlucht) maar die kon alleen met credit card betaald worden. Uiteindelijk konden we dit op Schiphol alsnog regelen, wooeehooeeee! Na zelf de bagage te hebben ingecheckt in een rare soort kast die zo je bagage wegzwiept en door de body scan te zijn geweest, vloog de tijd voorbij en voor we het wisten zaten we in het vliegtuig, voor 12.5 uur lang!

De vlucht verliep rustig en er was prima service. De verdeling van het eten over de vlucht was wel wat apart, na een uur in de lucht te hangen kregen we ons avondeten al. Maar dat mocht de pret niet drukken. Aan boord hebben we de immigratieformulieren en het ding voor de invoerrechten etc voor de douane ingevuld. Eenmaal in Lima, waar het al donker was om 18:10 uur toen we landden, wat we niet hadden verwacht of misschien niet over na hadden gedacht, waren we snel het toestel uit op naar de rij voor de paspoortcontrole; ook dit verliep snel. Met een stempel in ons paspoort (jaaaa de eerste 🎉) en een immigratieformulier wat we ab-so-luut niet kwijt mogen raken, konden we door naar de bagageband waar het toch altijd een beetje spannend is of jouw tas wel echt meegevlogen is. Maar gelukkig, onze tassen kwamen zo de band opgerold en na besnuffeld te zijn door honden die over het hele vliegveld aan de hand van een beveiliger meeliepen, konden we door de douane.

Daar werden we opgewacht door tientallen taxichauffeurs op zoek naar toeristen die ze weg konden brengen. Wij werden gelukkig opgewacht door iemand die klaar stond met een bordje met onze namen erop. Te zwaaien dat ie stond en hij maakte een sprongetje van geluk dat we er zo snel waren. We renden zowat naar zijn auto om vervolgens dwars door de spits van Lima naar onze eerste slaapplek, Casa Wayra in Miraflores, gebracht te worden. Wat een leuk, huiselijk en gezellig hostel gelegen in een rustige straat en met een prachtige binnentuin. Bij het hostel werden we opgewacht door Remco, reisbegeleider ter plekke. Hij heette ons warm welkom in Peru en heeft daarna de planning van de reis nog kort met ons doorgenomen. We moeten zeggen dat deze info het ene oor in en het andere oor uit ging, we waren best moe en hadden trek. Gezamenlijk zijn we nog Peruviaanse Soles gaan pinnen, want we hadden wel Amerikaanse dollars meegenomen maar die worden zeker niet overal geaccepteerd. Tijdens de korte wandeling gaf Remco ons nog wat tips en tricks voor tijdens onze reis, heel fijn en je voelt je gelijk wat meer op je gemak zo aan de andere kant van de wereld.

Moe en nog vol ongeloof dat we dan nu eindelijk in Peru waren, zijn we de eerste avond rond 22:00 uur ons nestje in gedoken 🙂

Hasta mañana! F&F

Fran en Flo on the go!

Wij zijn Francesco en Florianne. Dit is ons blog over onze allereerste verre reis, wel naar Peru om precies te zijn! Een reis naar Zuid-Amerika stond al lange tijd op onze bucketlist en nu gaat het er dan eindelijk van komen. We dachten onze verhalen op te kunnen schrijven in een travel journal, maar al snel bleken we te lang van stof (herkenbaar?), dus besloten we om een blog te schrijven als herinnering aan ons avontuur, en zo kan jij ook op de hoogte gehouden worden van wat we meemaken. Twee vliegen in een klap 😉

Veel leesplezier! F&F
Oja, foto’s zullen nog volgen. De WiFi onderweg is op z’n zachtst gezegd niet al te best. Maar hé, wie wat bewaart, die heeft wat!